De laatste tijd gaat er (terecht) veel aandacht uit naar klimaatakkoorden rond CO2 en de relatie met de overmatige boskap in Nederland. Dat de doelstellingen rond CO2-reductie niet samengaan met de ontbossing van ons land, zal iedereen duidelijk zijn. Er zijn echter nog veel meer redenen om te stoppen met boskap, in het bijzonder op de Sallandse Heuvelrug. Eigenlijk had men er nooit aan mogen beginnen. De provincie Overijssel werkt in dit gebied samen met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten zogenaamd aan het herstel van het habitattype droge heide om de biodiversiteit te bevorderen. De afname van de biodiversiteit wordt geweten aan de verzuring van de bodem. In eerdere stukken hebben we uitgelegd dat die bodem zo zuur is geworden door stikstofdepositie vanuit landbouw, veeteelt, verkeer en industrie. Het is verontrustend dat niet de oorzaken worden aangepakt, maar dat men de oplossing zoekt in omvorming van bos naar droge heide. Op de bestaande heide is het aantal insecten erg afgenomen. Om de biodiversiteit te bevorderen, zou men de insectenpopulatie moeten vergroten (wat pas echt zin heeft, indien de stikstofdepositie streng wordt aangepakt).

Duits onderzoek
In maart 2018 publiceerde Wageningen Environmental Research van de WUR, in opdracht van het Ministerie van LNV, een onderzoek naar de achteruitgang van insectenpopulaties in Nederland. Onderzocht is of de conclusies van een meerjarig onderzoek in Duitsland ook hier geldig waren en die vraag kon bevestigend worden beantwoord. In natuurgebieden in Duits laagland was de totale biomassa van vliegende insecten in 27 jaar met 76% afgenomen. Gecorrigeerd voor allerlei variabelen (zoals weer en lokale habitatverschillen) was die afname vooral verklaarbaar door het omringende landgebruik, waarbij op locaties met veel grasland in het omringende landschap de achteruitgang hoger was en op locaties met veel bos en bouwland juist lager. Dan is het niet erg handig om aan de westkant van de Sallandse Heuvelrug bos te kappen en corridors aan te leggen naar gebieden met voornamelijk grasland.

Louis Bolk Instituut
Jan de Wit van het Louis Bolk Instituut heeft onderzoek gedaan naar aantallen insecten in grasland. Vooraf had hij verwacht dat er meer insecten zouden zitten in plasdras en kruidenrijk grasland, maar hij vond geen significante correlatie. Waar er wel significant meer insecten zaten, was in hoog gras. In een ongemaaid perceel met lang gras vond hij bijna drie keer zoveel insecten als in een pasgemaaide wei. Hij pleit er daarom voor om stroken gras en bermen niet of veel later te maaien. Het Louis Bolk Instituut gaat nog verder: men onderzoekt of boomteelt geïntegreerd kan worden in de landbouw, met name welke bomen en struiken in agrarische bedrijven gecombineerd kunnen worden met vee.

Op geen enkele wijze wekken provincie, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten de indruk dat ze voor hun Natura2000-plannen intensief hebben samengewerkt met lokale agrariërs om tot dit soort duurzame oplossingen te komen. Nee, gewoon bomen tegen de vlakte gooien; dat pikken de mensen wel.

Ontwikkelingen
Naturalis heeft een cameraval ontwikkeld. Deze insectenherkenningsapparatuur kan 24 uur per etmaal aan blijven staan om insecten te tellen. Dan hoeven er geen mensen aan te pas te komen en ook hoeven insecten niet gevangen te worden. De eerste cameraval is onlangs geplaatst in Noord-Holland. Het zou goed zijn als de provincie een dergelijk apparaat aan de Helhuizenkant zou plaatsen om goed vast te stellen hoe het daar met de insectenpopulatie is gesteld, alvorens een immens oppervlak aan bomen te vellen. Bram Cornelissen van WUR heeft nu al voor heel Nederland aangegeven dat meer bijenvolken de winter hebben overleefd dan de afgelopen twee jaar. De bijensterfte lag in vorige jaren op circa 15%; deze winter heeft slechts 9% van de bijen het niet overleefd.

Broedseizoen
Natuurmonumenten is in het broedseizoen bezig om de leden te raadplegen over boskap. Staatsbosbeheer huurt experts in om over hetzelfde onderwerp na te denken. De aanleiding is de commotie in de media, maar het is natuurlijk van de zotte dat het zover heeft moeten komen. Je mag van professionele organisaties verwachten dat ze beschikken over de meest actuele kennis en die goed weten toe te passen op natuurbeheer. Er is dit jaar in Nederland op zeer grote schaal bos gekapt en nog veel meer bos staat op de nominatie om hetzelfde lot te ondergaan. Het zou schandalig zijn wanneer provincies en natuurbeheerders na afloop van de reflectieperiode terug op de originele plannen uitkomen of slechts bereid zijn tot een lichte bijstelling. Laat ze heel erg goed nadenken over CO2, over stikstof, over insectenpopulaties, over biodiversiteit. En dit keer met natuurbeheer en klimaatdoelstellingen als speerpunt en niet allerlei eigen belangen.