Op 18 november (boomfeestdag) is de bossenstrategie gepubliceerd. Deze is door Rijk en provincies uitgewerkt. Wat valt er zoal op aan deze bossenstrategie?

Inspanning
Waar het in het bedrijfsleven heel normaal is om resultaatverplichtingen vast te stellen, vóórdat er geld wordt geïnvesteerd, vindt de Nederlandse overheid het heel normaal om belastinggeld te besteden aan inspanningsverplichtingen, zonder dat vooraf resultaten worden vastgelegd en betrokken instanties daarvoor verantwoordelijk worden gehouden. “We onderschrijven gezamenlijk de geformuleerde ambities. De realisatie van deze opgave zal ook om een inspanning van andere overheden en maatschappelijke actoren vragen. Zoals afgesproken in het Klimaatakkoord leveren wij een inspanning, met onze partners, om de CO2-vastlegging in bos en bomen te versterken (…) Daarnaast leveren we een gezamenlijke inspanning om de biodiversiteit in onze bossen te versterken”. Apart! Rijk en provincies gaan, elk voor hun eigen onderdelen van de strategie, nog beslissen over de uitwerking. Ambities worden aangepast aan de technisch-inhoudelijke en financiële haalbaarheid van de maatregelen. Ook heel apart!!

Tijdsaspect
Natuur (bos in het bijzonder) is een lange-termijnproces. We staan vlak voor het jaar 2021 en de bossenstrategie geeft een streefbeeld voor het bos in Nederland tot 2030. De visie en de daaruit voortvloeiende strategie reiken niet verder dan negen jaar (maar hebben “een horizon tot de volgende eeuw”). Bomen die in de komende periode worden geplant, beginnen net een beetje omvang te krijgen als de bossenstrategie zijn geldigheid verliest en mogelijk kan worden herzien. Kan of wil de overheid niet verder kijken? In de loop der tijd is de visie op bos veranderd (wildjacht, mijnbouw, constructiehout) naar recreatie en het tegengaan van allerlei klimaatproblemen. Daarom wil de overheid niet verder kijken, maar het bos “op zo’n manier doorgeven dat toekomstige generaties daar eigen keuzes in kunnen maken”. Op aanpalend vlak zitten we ruim twintig jaar ná Natura2000 nog steeds vast aan destijds gemaakte maar achterhaalde keuzes. Dat dan weer wel.

Saldo
De overheid gaat verkennen hoe ze in 2030 10% meer bos kan realiseren. Dat is wel een heel erg pril begin van een inspanningsverplichting, laat staan van een resultaat. Verder wordt heel trots vermeld dat alle boskap die nodig is in het kader van beheer van Natura2000-gebieden buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zal worden gecompenseerd. En toch pretendeert de overheid prioriteit te leggen in “het tegengaan van klimaatverandering en versterking van de biodiversiteit”. Allemaal prachtige woorden en ambities, maar als ze de genoemde prioriteit serieus neemt, dan zou de overheid veel meer inspanning (en actie, inclusief resultaat!) moeten steken in bescherming van bestaand bos, ook al bevindt zich dat in Natura2000-gebied en ook al moeten daar eerdere afspraken voor worden aangepast. Het gaat om de toekomst van bos dat “voor toekomstige generaties relevanter zal zijn dan ooit tevoren”. Het kappen van bestaand bos staat in geen verhouding tot het buiten NNN aanplanten van wat kleine boompjes.

Boskwaliteit
“Om de kwaliteit van bossen te verbeteren streven we ernaar omgevingsfactoren te verbeteren, een kwaliteitsimpuls te geven aan het bos en het beheer op onderdelen aan te passen”. Dat streven wil de overheid binnen de bossenstrategie bereiken via de beoogde stikstofaanpak van het kabinet. Welke aanpak? Het droogteprobleem zal nader worden uitgewerkt in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Een concrete aanpak is er dus nog niet. Verder zal er worden toegewerkt naar diversificatie van het bos. Men wil meer verschillende boomsoorten en ook verschillende leeftijdsklassen. Dat laatste lijkt alleen bereikbaar door bomen van een zekere leeftijd te vervangen door jonge exemplaren (want andersom lukt niet), wat een gelegenheid biedt om grotere bomen te kappen. Tot slot verkent men “welke maatregelen in beheer nodig zijn om het areaal natuurbos te laten toenemen. Dit zijn bossen waar de natuurdoelen in het beheer voorop staan”. Blijkbaar staan natuurdoelen in het meeste bos niet voorop! “Doordat de bijgroei van hout toeneemt als gevolg van de kwaliteitsverbetering van bossen, kan een lichte toename van de houtoogst worden gecombineerd met het behalen van natuurdoelen”. Aha, daar komt de aap uit de mouw.

Kortom
“Meer transparantie over de doelen van het bos en grotere betrokkenheid van omwonenden bij het beheer zijn noodzakelijk“. De bossenstrategie staat stijf van de intenties. We weten allemaal dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie. Wie zijn er omwonenden? En mogen mensen die nét iets verder weg wonen, maar wel zeer betrokken zijn bij het bos enige input leveren? Wordt daar dan ook iets mee gedaan of gaat men verwijzen naar de strategie en inmiddels vastgestelde maatregelen die toevallig net een andere koers hebben? Door elk gebrek aan enige concrete aanpak, laat staan aan enige resultaatverplichting, is het een zeer teleurstellend document van gebakken lucht. De komende jaren zal de overheid altijd kunnen beweren dat ‘dat andere departement’ helaas de vermindering van de stikstofdepositie niet heeft kunnen realiseren of dat gemeenten niet bereid waren bestemmingsplannen ten gunste van bosaanplant te wijzigen, waardoor er niets van de bosplannen terecht is gekomen. Maar gelukkig is er wel (met gemeenschapsgeld) een inspanning geleverd! Op 13 januari 2021 wordt de bossenstrategie besproken in de LNV Kamercommissie. We zijn heel benieuwd of er ook maar één kritische vraag zal worden gesteld.