Volgens het provinciale rapport ‘De staat van de biodiversiteit in Overijssel’ is de afname van biodiversiteit in Overijssel nog niet tot staan gebracht. Met nachtzwaluwen, ijsvogels en otters gaat het weliswaar de goede kant op, maar dat geldt niet voor weidevogels of een akkervogel als de patrijs. Eén van de oorzaken is de intensieve landbouw.

Bodembeheer
Minister Carola Schouten van LNV streeft met haar nationale programma Landbouwbodems naar een duurzaam beheer van alle landbouwgrond in 2030. Met goed bodembeheer hoeven boeren minder bestrijdingsmiddelen en mest te gebruiken. Het bodemprogramma sluit aan bij het al lopende programma Beter bodembeheer en zal aanhaken op het kennisprogramma Duurzaam bodembeheer. Medewerkers van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) zullen daarbij adviseren. De bodemprogramma’s zijn een opmaat voor de transitie naar kringlooplandbouw.

Kringlooplandbouw
Ons huidige Nederlandse landbouwsysteem is erop gericht om zo veel mogelijk voedsel te produceren tegen een zo laag mogelijke prijs. Voor kringlooplandbouw wordt zo weinig mogelijk kunstmest gebruikt en meer dierlijke mest, liever compost dan drijfmest. Men streeft naar minimale aanvoer van krachtvoer, naar maximale CO2-vastlegging, naar samenwerking tussen sectoren om zo de bodemvruchtbaarheid te verbeteren en toch economisch goed te presteren. Met deze vorm van landbouw kan de uitstoot van stikstofverbindingen met 20% worden gereduceerd. Dat klinkt veelbelovend voor natuurgebieden die nu lijden onder stikstofdepositie en waarvoor zogenaamde natuurbeheermaatregelen worden getroffen. Is 2030 dan een reëel jaartal? Momenteel valt ca. 15% van de boeren binnen de kringlooplandbouw. En nog eens 65% zou hiernaar kunnen omschakelen. De tijd is krap, maar waar een wil is, is een weg. De consument zal ontdekken dat goedkoop voedsel niet zo maar vanzelfsprekend is, willen we het milieu niet verder achteruit laten hollen.

CO2-compensatie
Natuurinclusieve landbouw, met betere vastlegging van koolstof en verminderde uitstoot van stikstof, past binnen de kaders van de VN-rapporten over klimaat en biodiversiteit. Landbouw, als één van de veroorzakers van milieuproblematiek met gevolgen voor natuurgebieden, krijgt een heel ander gezicht. Het is nog niet helemaal te laat om de Natura2000/PAS-maatregelen drastisch bij te stellen. Daarmee kan de Sallandse Heuvelrug mogelijk verder leed worden bespaard. De provincie claimt weliswaar dat de boskap qua CO2 wordt geneutraliseerd door de aanplant van nieuwe bomen elders, maar op 10 mei jl. veegden Guido van der Werf en Kim Naudts, onderzoekers aan de VU in Amsterdam, in De Volkskrant de vloer aan met de CO2-compensatie-argumenten. Om de gevolgen van al het wegverkeer in Europa te compenseren, zou de hoeveelheid bos met minstens 50% moeten toenemen, maar die ruimte is er eenvoudig niet. Je kunt alleen compenseren door bos te laten groeien waar er eerder geen bos was en dus niet ter vervanging van elders gekapt bos. Door allerlei biofysische factoren leidt in onze streken CO2-compensatie door boomaanplant niet noodzakelijkerwijs tot klimaatwinst. Het enige dat echt helpt, is de uitstoot van CO2 te verminderen. En dat vereist veranderingen in onze consumptiepatronen.

Nieuwe situatie
Met kringlooplandbouw, met een modernere blik op bosbouw, met andere consumptiepatronen, met de inbreng van de waardering voor bos, met samenwerking tussen verschillende sectoren (landbouw, bosbouw, visserij, industrie, transport, diensten, lokale bewoners en gemeenschappen) is er een nieuwe situatie aan het ontstaan. Daarmee wordt het de hoogste tijd dat bestaande plannen om de natuur om te vormen naar iets dat puur bedoeld is om economische groei mogelijk te maken, worden bevroren, liever nog worden vernietigd. Laat zoveel mogelijk bomen staan. Ze zijn een reddingsboei voor ons toekomstig leefklimaat!