Het Ministerie van LNV is onlangs gestart met het ontwikkelen van een nieuwe bossenstrategie. Om te achterhalen welke ideeën er leven onder verschillende partijen, organiseerde het ministerie twee dagen met werkbijeenkomsten, de ene op 20 november in Den Bosch en de andere op 22 november in Zwolle. Zelf mocht ik aanwezig zijn bij de bijeenkomst in Zwolle. De dag werd geleid door Keimpe Wieringa van LNV en Rob Messelink van de provincie Overijssel. Er waren deelnemers van allerlei pluimage aanwezig, van een stichting tot behoud van bomen tot vertegenwoordigers van de houtindustrie. In goede harmonie kwamen er veel verschillende standpunten op tafel. Opvallend was de eensgezindheid in de verwerping van biomassa als brandstof.

Stand van zaken bos in Nederland
Ten behoeve van de beide werkbijeenkomsten heeft Jan Oldenburger van de Stichting Probos een factsheet gemaakt met de stand van zaken rond bos in Nederland. Daaruit blijkt wel dat er meer dan ooit samenhang nodig is tussen bos-, natuur- en klimaatbeleid.

  • De totale ontbossing tussen 2013 en 2017 bedraagt ruim 12.000 ha. Daarnaast is er zo’n 6.700 ha bijgekomen, dus per saldo is de bosoppervlakte met 5.300 ha afgenomen.
  • Wat is er gebeurd met de gebieden die zijn ontbost? Bijna tweederde is omgevormd naar ‘natuur’, een vijfde naar landbouw en een achtste naar bebouwd gebied.
  • Met een bosoppervlakteaandeel van 10% heeft Nederland, na IJsland, het laagste aandeel binnen Europa. Overigens wordt een bodemtype beschouwd als bos wanneer het een oppervlakte van meer dan een hectare heeft (CBS) of 0,5 hectare (LULUCF[1]).
  • Circa 40% van het Nederlandse bosoppervlak is aan te merken als natuurbos (nadruk op biodiversiteit) en circa 60% als multifunctioneel bos (zowel biodiversiteit, houtoogst als recreatie).
  • Ten tijde van de 6e Nationale Bosinventarisatie (2012-2013) was 48% van het Nederlandse bos in eigendom bij overheden en 51% in particulier eigendom. Staatsbosbeheer is de grootste boseigenaar.
  • De verhouding tussen naald- en loofbomen is de afgelopen 15 jaar verschoven in het voordeel van loofbomen (m.n. inlandse eik, meer dan beuk en berk) en in het nadeel van de grove den.
  • Tweederde van het bos bestaat uit grove den (36%), inlandse eik (17%) en douglas (11%).
  • De afgelopen 30 jaar is er weinig nieuw bos bij gekomen en is er weinig bos grootschalig verjongd, terwijl jonge bomen de toekomst van het Nederlandse bos vormen.
  • Stikstofdepositie heeft met name in bossen op arme zandgronden negatieve gevolgen voor de biodiversiteit en de aanwezigheid van kenmerkende soorten. De natuurkwaliteit van het bos zelf is de afgelopen 25 jaar niet of nauwelijks verbeterd of verslechterd.
  • Het aantal roofvogels nam de afgelopen 25 jaar af in bossen op hoge zandgronden.
  • De houtvoorraad is enigszins toegenomen door het ouder (volwassener) worden van het bos. Snelgroeiend boomsoorten zijn deels vervangen door langzamer groeiende soorten.
  • Het oogstaandeel van de bijgroei is veel hoger bij naaldboomsoorten dan bij loofboomsoorten.
  • Gemiddeld genomen wordt er jaarlijks meer dan 1 miljoen m3 rondhout (werkhout met schors) uit het Nederlandse bos geoogst. Driekwart gaat naar de houtverwerkende industrie. De rest is brandhout voor particulieren.
  • Bos functioneert als koolstof sink (netto opslag van CO2); door de ontbossing in de afgelopen jaren is de omvang van de sink afgenomen. Wanneer we meer dan 4.000 ha per jaar ontbossen slaat de netto opslag om in uitstoot van CO2.
  • In het ecosysteem ‘bos’ in Nederland wordt ongeveer 60% van alle koolstof vastgelegd. Landbouwbodems zijn goed voor 21% (ondanks dat het areaal landbouwgrond veel groter is dan het areaal bosgrond).

Werkgroepen
Er waren op het provinciehuis in Zwolle vier werkgroepen. Terplekke kon elke deelnemer zich voor twee daarvan inschrijven.
Thema 1 ging over kwaliteit en beheer. Hoe ziet een toekomstbestendig bos eruit? Hoe moeten we omgaan met klimaatverandering, verdroging, beperkte genetische kwaliteit, ziekten e.d.? Hoe kan het huidige bos gerevitaliseerd worden? Welke afwegingen zitten er in de verhouding tussen natuurbos (bosreservaat) en multifunctioneel bos? Hoe wordt een bos sterker en diverser (bijv. via verjonging, verhouding naald/loof, andere soorten)?

Thema 2 ging over kwantiteit. Leidt meer bos tot het realiseren van doelen rond biodiversiteit en klimaatdoelstellingen? Zo ja, hoeveel meer bos moet er dan komen? Is er in Nederland voldoende ruimte voor méér bos? Zo ja, waar? En wat zijn de gevolgen voor ander grondgebruik? Is houtoogst naast bosaanplant acceptabel of moet bosaanplant gecombineerd worden met een stop op de houtkap?

Thema 3 ging over landschap en bomen. Is het gewenst om buiten de bossen bomen te behouden en te planten? Waar en hoe kunnen bomen bijdragen aan verkoeling bij hittestress? Vergroten hoogwaardige plantsoenen en parken de leefbaarheid van stedelijke gebieden? Kunnen losse bomen worden ingezet in landelijk gebied (bijv. voor verduurzaming van de landbouw, versterking van de biodiversiteit, landschapsbeleving, invang van CO2)?

Thema 4 ging over het gebruik van hout en bos. Staat recreatie voorop of mag bos ook gebruikt worden voor houtoogst (bijv. ten behoeve van de bouw, ter vervanging van broeikasgasgerelateerde materialen)? Moeten we al het in Nederland benodigde hout importeren of is het acceptabel dat we zelf een deel leveren? In hoeverre heeft het gebruik van bos en hout invloed op de waterberging en op de drinkwatervoorziening?

Resultaat
Uiteraard is het onmogelijk om in één of twee dagen alle antwoorden te vinden om tot een nieuwe bossenstrategie te komen. Mijn persoonlijke mening is dat iedereen vanuit zijn eigen kennis of vakgebied enorm veel informatie heeft aangeleverd en ook dat er naar elkaar werd geluisterd. Ook al hoef ik het niet over alles met iedereen eens te zijn, de dag bracht me zeker inzicht in allerlei andere argumenten die een rol spelen bij verantwoord en duurzaam bosbeheer. Hopelijk luistert het ministerie ook naar al die verschillende invalshoeken en komt het met de verkregen informatie tot een gedegen, verantwoorde, duurzame en concreet geformuleerde bossenstrategie die kan steunen op maatschappelijk draagvlak. En dan kan het haast niet anders dan dat de overheid het bos op de Sallandse Heuvelrug op waarde weet te schatten, zal willen behouden, zal willen herstellen en revitaliseren.

 

[1] Land Use, Land Use Change and Forestry